Eerste exemplaar voor Rifka Lodeizen

De oudste dochter van Frank Lodeizen, actrice Rifka Lodeizen, ontving op 5 september in het Stadsarchief van Amsterdam het eerste exemplaar van Dichter van de droge naald. In haar toespraak voor de circa tweehonderd gasten haalde ze herinneringen op aan een bijzondere vader, waar je als kind stoere anekdotes over kon vertellen.

‘Mijn vader was met een Zweedse filmster getrouwd. Ze waren miljonair en reden in een Rolls Royce.’

Maar ook:

‘De familie van mijn vader is vergast in Sobibor.’

Haar ouders noemden haar na de geboorte Rifke, naar het oudste zusje van Frank, Rifka, dat in 1943 in het vernietigingskamp in Polen omkwam. Om haar niet teveel te belasten met het oorlogsverleden van haar vader, veranderden ze de laatste letter in een ‘e’. Later in haar leven besloot ze zelf de naam van haar omgekomen tante aan te nemen. Het verschil was maar één letter, maar gaf haar het gevoel completer te zijn.

Uit het boek:

‘Het is een mooie krachtige naam en ik voel een verbintenis met haar,’ zo had ze haar ouders uitgelegd. ‘Niet omdat ik me joods voel, maar omdat ik iets heb met de vrouwelijke lijn, ook met mijn grootmoeder.’

Als puber verzette ze zich schreeuwend en schoppend tegen de dominantie van haar vader, was woest als hij de kinderen de kamer uitstuurde omdat hij alleen wilde zijn met zijn vrouw, of als ze opeens niet mochten praten aan tafel.

Ze was nu tweeëntwintig en zocht hem regelmatig op, op het atelier of in café Leg Af, in de Oude Leliestraat aan de overkant van de gracht, dat hij als zijn huiskamer beschouwde. ‘Dit is mijn dochter,’ zei hij tegen de andere gasten als ze langskwam. ‘Ze heeft al in acht films gespeeld.’ Terwijl ze alleen een rolletje in een reclamefilm had vertolkt en zich net had ingeschreven voor een studie Nederlands. Het was zijn manier om te laten zien dat hij trots was op zijn kinderen en grote verwachtingen van hen had.

Rifka Lodeizen besloot haar toespraak met ‘een grote buiging’ voor de auteur.